Eens zag ik op een vliegveld een echtpaar met een klein kind, duidelijk gekleed op een warme vakantie. Het meisje hees zich op aan een stoel en zette aarzelend haar eerste stapjes. De vader greep meteen naar zijn digitale handcamera en hurkte voor haar neer. Ik zag het toen als een gebaar van opperste machteloosheid. Nu vermoed ik dat het mogelijk is de wereld nader te komen door een venster. Om met een momentopname door te dringen in een waarneming door haar bewust te maken. Het maken van een registratie heeft tenslotte heel andere redenen dan het bekijken van een registratie.
stel je voor dat water een geheugen zou hebben stel je dan ook meteen voor dat er niet zoiets als puur water kan bestaan; wat is nog een referentie monster op verdunningen tot de vijftiende macht? Op deze schaal wordt zelfs iedere niet aanwezige informatie grotesk. Als alles gegeven is als teken (in de afgelopen veertig seconden heb ik de volgende sequens beleefd: pennendop, huisnummer en schoen: ze waren alle drie rood!) hoe kan ik daaraan ontsnappen? of stel je voor dat ieder strandgeluid eindigt in ademnood?
Dit is de deur. De deur waar ik vanochtend ook voor stond.
Aarzelend liep ze naar het beeldscherm achter het raam. Geluidloze beelden van een speeltuintje in de stad. Geen kinderen, wel een moeder met een kinderwagen. Na verloop van tijd verschijnt in de verte, uiterst rechts een figuur met een hond in beeld. Al een oude opname. 18 Augustus 1998. Het moest een hete dag geweest zijn... scherpe schaduwen over het zand.
Marjo zuchtte om een opkomend gevoel van misselijkheid te onderdrukken. Hierbinnen kan ik alleen iets verliezen. Dit is een erg stille straat. Misschien is het niet de bedoeling dat iemand hier iets van ziet...
Een slordige zwart grijze onderbreking en de beeldenstroom vervolgde zeseneenhalf jaar later met een slingerend verdwijnende fietser. 9 Februari; dat is nog niet zo lang geleden. En dat op dezelfde band. Dat betekend dat ze iedere avond zit te monteren.
's Ochtends opstaan om half zes. Koude douche. Ontbijten met met fruit en yoghurt. Om zeven uur gaat de televisie aan. Dan trekt ze de stad in gewapend met camera en notitieboekje. Tegen vijven is ze weer terug. Binnen bereidt ze een eenvoudige maaltijd met rijst kikkererwten en sojascheuten en dan, weer precies om zeven uur schakelt ze het toestel uit. Ze ordent de opnamen van die dag slaat ze op in de computer en zoekt of pakt misschien willekeurig een aantal opnames uit haar archief als materiaal voor de volgende dag. Om half elf gaat ze slapen.
Plotsling opkomende angst om in een universum van totale eenzaamheid in te breken. Ze was misschien de eerste buitenstaander die hier sinds jaren een voet over de drempel ging zetten.
Er kwam een jongeman de straat ingefietst. Een afgewerkte postbode zo aan de enorme, lege fietstassen te zien. Zijn ogen volgden haar opmerkzaam en toen hij bijna gepasseerd was floot hij naar haar; luid en bewonderend. En reed lachend verder. Marjo schrok op en draaide zich half om in de laagstaande zon. Op hetzelfde moment besloot ze op de bel te drukken. En nog eens.
Er werd niet geopend.
Dit was een mogelijkheid waarmee ze geen rekening had gehouden.
§
De ruimte tussen het park en de huizen was leeg. In het vierkant tussen de twee verste bomen was de beweging van de fiets en de postbode.
Aan deze kant spiegelen ramen en voordeuren om beurten zwart en verblindend. Aan de overkant is gras.
Over de straat, tussen twee hoge schoorstenen, loopt een kabel.
Daarop zit een vogel;
midden in de dampende heiige hemel.
Uit:
Tijdgenoten, deel V